2006 – Zuidwesten

California, Nevada, Arizona, New Mexico en Texas. Cowboys, cactussen en bijna verlaten dorpjes. Maar ook modderstromen in Death Valley en glamour in Las Vegas. Een zeer afwisselende reis.

Phoenix – Scottsdale

Geen uitzicht op mooie wolken deze keer, dat heb je als je in het midden zit van het vliegtuig en niet bij het raam. Maar wel een eigen videoschermpje in de stoel voor ons. Dat hebben we eigenlijk voor de eerste keer en het is niet verkeerd. Kijken naar wat en wanneer je wilt.
We vliegen met United Airlines van Amsterdam naar Phoenix. In Washington moeten we overstappen. Daar hebben we 2 uur de tijd voor. Het gaat allemaal vlot, dus geen probleem. Wel zeer strenge controle, ook al op Schiphol. Vanaf vorige week mogen er ook geen medicijnen en vloeibare stoffen mee in de handbagage. Die hebben wij er dan ook uitgelaten. Maar je ziet toch nog erg veel flesjes en potjes in de afvalbakken verdwijnen. 

Na twee prima vluchten komen we rond 19.00 uur aan in Phoenix en gaan we met de shuttle bus naar Dollar-rent-a-Car. Even buiten het vliegveld is een heel nieuw complex voor de verhuurmaatschappijen aangelegd, ziet er keurig uit. We bedanken vriendelijk voor de up-grade en voor de extra verzekeringen en lopen in de garage naar “onze” Jeep Grand Cherokee voor de komende 4 weken. Een witte deze keer, en nog zeer nieuw. Heeft nog geen kenteken op de achterkant (voorkant is sowieso niet nodig). We gaan toch nog even vragen of dat geen problemen kan opleveren. De vriendelijke dame wijst ons op het papieren “nummerbord” op de achterruit. Het zit aan de binnenkant en zie je dus bijna niet ivm de donker getinte ruiten. Maar inderdaad daar staat op dat de aanvraag voor het kenteken in behandeling is. Wij vinden het prima! 

Het is al donker als we de garage uitrijden. Jos heeft Tom Tom net op de autoruit geplakt en die wijst ons gelukkig feilloos de weg naar ons hotel in Scottsdale. Het is maar een kwartier rijden, maar zonder Tom Tom was het wel zoeken geweest in het donker. Ben nu al blij dat we Tom hebben meegenomen!
We slapen deze eerste nacht in het Best Western Papago Inn & Resort.  Prima hotel, goed gelegen ten opzichte van de Old Town in Scottsdale en ook ten opzichte van het vliegveld dus. 

De volgende ochtend maken we gebruik van het eenvoudige ontbijt wat inbegrepen is. Het bekende verhaal; bagel in de broodrooster, sapje, koffie en een muffin dan heb je het wel gehad. Over 4 weken hebben dit hotel weer geboekt voor onze laatste 2 nachten. Het ontbijt is dan opeens heel anders…

Maar eerst natuurlijk naar de Wal Mart, die hebben we tenslotte een jaar moeten missen. En zij ons ook!  Koelbox, snoepjes, zoutjes, drankjes, we slaan lekker in!
De reis kan beginnen!
We nemen nog even een kijkje in de Old Town, ziet er zeer gezellig uit. Maar het is nog vroeg in de ochtend en bovendien is het Laborday, dus de meeste winkels zijn gesloten. Dat hadden we wel verwacht, geen probleem we zijn hier over 4 weken toch weer terug.

Hackberry

Kingman – Hackberry

Wij rijden naar Kingman via de 93. In het begin een wat saaie weg, maar dan wordt het mooier. Op een gegeven moment zien we heel veel Joshua Tree bomen, Joshua Tree Parkway heet het hier dan ook. Zoveel bomen, we hoeven eigenlijk niet meer naar het Joshua Tree National Park. En cactussen zien we ook heel veel! Maar hoe dichter we bij Kingman komen hoe minder we ze zien.
Tijdens onze picknick gaat Jos verder op onderzoek uit in en rond de Jeep, natuurlijk ook met zijn neus onder de motorkap. Daar komt hij tot de ontdekking dat het een 4,7 liter V8 is. Hij vond het geluid al zo mooi toen we gisteren weg reden uit de parkeergarage van Dollar, dat kan dus wel kloppen!

We nemen de Hackberry Road richting… Hackberry. Een grotendeels onverharde weg, maar we hebben niet voor niets een Jeep. De weg is prima te berijden en we komen vlak voor Hackberry de route 66 op. Natuurlijk nemen we een kijkje in de General Store waar we 2 jaar terug ook waren. Het is er erg druk deze keer, de Amerikanen maken gebruik van hun vrije dag (Labor day). Dan verder via route 66 naar Kingman. Ons hotel is snel gevonden, weer een Best Western, Kings Inn & Suite. Vriendelijk ontvangst en prachtige kamer. Vanavond eten we bij Mr. D’z Diner, een klassieker aan de route 66.

Las Vegas

Na een heerlijk ontbijtje langs een route 66 muurschildering in het hotel gaan we weer op pad. Omdat Las Vegas niet ver rijden is, besluiten we nog een stukje route 66 te nemen. De route door de Black Mountains is nu eenmaal prachtig. Nemen een kijkje bij Cool Springs. Twee jaar geleden was dit zaakje nog niet geopend. Nu dus wel. Er komen ook twee fietsers aan die we al eerder hadden ingehaald. Ze doen de 66 op de fiets!
Bij het winkeltje zien we ook een roadrunner, een miep-miep zeg maar. De eigenaresse vertelt dat het de huis Roadrunner is. We gaan verder de bergen in en komen uit in Oatman. Daarna wordt de weg weer vlakker. We rijden door naar Las Vegas waar we rond twee uur aankomen. We checken in bij hotel New York New York. Mooie kamer in het Chrysler gebouw op de 22ste verdieping met uitzicht op de strip.
Het is toch fijn dat we in september hier zijn, dan is het iets minder warm gelukkig… het is vandaag 111 graden ( 43,9 C).

We lopen in de middag nog een heel eind de strip af en bezoeken wat hotels waar we vorige keer niet naar binnen geweest. Het is nu veel rustiger dan 2 jaar geleden in Las Vegas. Toen waren we er in het weekend en dat scheelt dus duidelijk. Niet dat we nu de enige zijn hoor, dat zeker niet.
Bovendien valt het nu heel erg op dat er veel bouwputten zijn. Dat gaat natuurlijk maar door hier, ze halen net zo makkelijk een hotel neer om er vervolgens weer een nieuwe neer te zetten.
We eten bij de chinees in hotel New York New York. We wagen nog een gokje en winnen 5 cent. Je moet overal blij mee zijn.

DSC08411

Hummertime!!!

Yes, het is zover. We hebben een Hummer vanuit Nederland gereserveerd van 9.00 tot 14.00 uur bij Dream Car Rental. Jos is al jaren Hummerfan, en nu kan hij er zelf in rijden. We worden door een Hummer opgehaald bij ons hotel en naar het verhuurstation gebracht. Dat blijkt echt om de hoek te liggen! Hadden we dus heel makkelijk kunnen lopen. Maar “This is America”, hier loop je niet! Na alle papieren getekend te hebben kunnen we op pad. Het is een knalgele Hummer H2. Wat is dat groot, niet alleen aan de buitenkant maar ook als je er in zit. Even is er een minpuntje, want het regent! Hoe is het mogelijk in Las Vegas. De ruitenwissers doen het ook niet echt goed, zijn ze niet gewend natuurlijk. Maar voordat we aan het eind van de strip zijn is het gelukkig al weer droog. We gaan met de Hummer naar Red Rock Canyon, dat ligt ongeveer 25 km van Las Vegas, dus goed te doen in een halve dag. Het is druk in Vegas, spitsuur, maar die Jos stuurt het grote gele gevaar met gemak door het verkeer.

Eenmaal in Red Rock Canyon nemen we de scenic loop drive, schitterende weg door de bergen die regelmatig rood zijn (hoe kom ik erop). Er zijn hier heel veel wandelpaden die vast heel mooi zijn, maar ja als je een Hummer bij je hebt ga je natuurlijk niet wandelen! Dus een fotootje vanaf het uitkijk punt en hup weer de auto in! Natuur is vandaag bijzaak, hahaha.
We vinden een mooi plekje om wat foto’s te maken van de auto en ja ik ga ook nog een stukje rijden! Ik ben eerlijk gezegd verbaast hoe makkelijk de auto rijdt, heel soepel eigenlijk.

Als we bijna aan het einde zijn van de “loop” zien we het droge grasland in brand staan, we denken dat het misschien nog een gecontroleerde brand is. Maar als er tegen het verkeer in een wagen met sirenes langs komt begrijpen we dat het foute boel is. We rijden verder naar het beginpunt waar we eigenlijk nog even naar het visitorscenter willen, maar het wordt ons afgeraden vanwege de snel op komende brand. Dus wegwezen dan maar. Met een omweg gaan we terug naar Las Vegas, waar we nog een keer de gehele strip op en neer rijden. Dan is het tijd om de Hummer weer in te leveren. Jammer, maar het was echt een geweldige ervaring! Niet willen missen!

In de middag gaan we met de monorail naar bijna het einde van de strip en lopen een heel stuk terug. We bekijken diverse hotels o.a. Las Vegas Hilton, Circus Circus en Wynn.

Death Valley

Leaving Las Vegas!
We laten het gokparadijs achter ons en vertrekken naar Death Valley. De afstand is niet groot dus we zijn er in het begin van de middag.
Voor we inchecken bij de Furnace Creek Ranch gaan we eerst naar de Sand Dunes. Schitterende door de wind gevormde duinen. We lopen een heel stuk de duinen in, bloedje heet! De thermometer aan m’n rugzak stijgt boven de 50 C uit (hij kan niet hoger). Het zand is ook gloeiend heet.  Maar het is een prachtig gezicht die duinen in de vallei tussen al die bergen.

We rijden door naar de Furnace Creek Ranch en checken in. Daarna rijden we naar Twenty Mule Canyon, een onverhard smal weggetje tussen de bergen door, schitterend! Alleen geschikt voor 4×4. Deze bergen zijn van een soort zandsteen, in ieder geval van kleur.
We rijden ook nog een onverharde weg naar de Echo canyon, weer heel anders, veel stenen en dus hobbelen. Maar ook geweldig mooi. Dan raakt het al tegen 7 uur en rijden we naar Zabriskie Point. Om 7.07 gaat vandaag de zon onder en dat moet vanaf hier erg mooi zijn. Dat is ook zo. Buiten de mooie ondergaande zon is Zabriskie Point al fantastisch mooi, zoveel kleuren en vormen in de bergen van de Golden Canyon, ongelooflijk gewoon.

Eerst een drankje in de saloon en dan eten we een heerlijke steak in het steakhouse bij het hotel. Als we het restaurant uitkomen en naar onze kamer lopen onweert het verderop in de bergen. Prachtige lichtflitsen (vinden we op dat moment nog).
Als we een half uurtje op de kamer zijn komt het onweer dichterbij, er volgt een flinke zandstorm en dan is het weer even rustig. Niet voor lang. Regen volgt, heel veel en heel hard! Niet normaal gewoon. De bomen waaien bijna van hun wortels. Een beetje angstig is het wel. Maar goed we zitten veilig binnen. Dan.. BAM! De stroom valt uit, alles donker. Twee seconden later springt alles weer aan. Niets aan de hand. Dit gebeurt nog 3 keer, maar bij de 4e keer gaat de stroom niet meer aan. Alles blijft donker, ook de verlichting buiten is uit. En dan is het heel donker in de woestijn!
De mini mac-lite zaklampjes komen nu zeer van pas. We zien wat auto’s van de rangers heen en weer rijden, maar verder gebeurt niets. Behalve dan de regen, die gaat maar door. Uit eindelijk gaan we maar slapen, we merken het wel als er weer stroom is.

Zeer slecht geslapen. Er is nog steeds geen stroom. Het regenen is wel gestopt, de zon schijnt gewoon. Maar een nacht zonder airco en/of plafondventilator (het is er allebei maar werken natuurlijk niet zonder stroom) is hier niet prettig. Het was zó warm en benauwd, niet fijn. Om 8.00 lopen we naar het restaurant om te kijken of een ontbijt mogelijk is. Koelkast en koffiezetter op de kamer hebben we nu ook niets aan. Warm water was er gelukkig wel. In de gang van ons gebouwtje liggen hier en daar van die licht gevende staafjes.
We kunnen terecht in het restaurant, die kan nog draaien op een generator. Zo goed en kwaad als mogelijk hebben ze toch voor een goed ontbijt gezorgd. De sapmachine werkt bijvoorbeeld niet, maar er liggen blikjes in bakken ijs.

Na het ontbijt gaan we op pad, de camera’s zijn niet opgeladen, maar waarschijnlijk redden we het wel vandaag. Gisteren heb ik met het zaklantaarntje de route vandaag uitgestippeld, eerst naar Badwater!
Niet dus… de weg is afgesloten, flash flood. Het is 2004 all over again! Toen stonden we voor de kruising naar Death Valley en was het ook afgesloten wegens flash floods.
Bij de kruising naar Badwater staat een auto naast de weg in de modder, we vragen ons af hoe hij daar in hemelsnaam terecht is gekomen. Hij zit volkomen vast. Het is ook een grote modderbende langs de weg daar.

We keren om en gaan naar het noorden, naar Scotty’s Castle. Onderweg zien de wegen er niet uit. Het is echt noodweer geweest vannacht, dat wordt steeds duidelijker. Met een soort sneeuwschuivers zijn ze de wegen aan het vrij maken van alle losse stenen die meegesleurd zijn door het water.
Scotty’s Castle is in 1922 gebouwd door Albert Johnson voor maar liefst $ 2,4 miljoen. Een vriend, Scotty, leefde er tot zijn dood in 1954. Mooi gebouw en goed onderhouden, de weg erheen is ook zeer mooi. Er steekt nog een coyote over en blijft nog even staan voor ons zodat we een mooie foto kunnen maken.

Death Valley is een zeer uitgestrekt park. Het is dan ook al rond één uur als we weer terug zijn bij het hotel.
We halen een broodje in de General Store, waar trouwens ook veel schade is aangericht door de storm. Veel koelcabines zijn buiten werking en achterin is een hoop waterschade. Er is weer stroom! Op de kamer. Om half 12 werkte alles weer. Als we ons broodje eten valt de stroom weer uit, maar naar een kwartier is het weer opgelost.

We proberen in de middag weer de weg naar Badwater (aan die weg liggen nog veel meer mooie bezienswaardigheden) maar zonder succes. Dan maar recht door. Vlak na de kruising ligt de Furnace Creek Inn, die is nu gesloten en dat is maar goed ook. We zien nu nog twee auto’s in de modder staan. Wat gisteren nog een parkeerplaats was is nu een grote stroom van modder en stenen. We spreken een man die er getuige van was. De auto’s (ook die we eerder zagen) stonden gewoon geparkeerd toen de stroom water, stenen en modder uit de bergen naar beneden kwam. Omdat de grond zo droog is zakt het water niet, maar gaat als een razende naar het laagste punt en sleurt alles mee wat het tegenkomt. De man zei dat het net als een dikke laag ijs langs kwam. De ravage is echt ongelooflijk. De foto’s zeggen waarschijnlijk meer dan mijn woorden. Nog nooit heb ik zo iets gezien.

Road_leads_to_Death_Valley_-_Flickr_-_daveynin

Nieuwsbericht van de National Park Service

We rijden door en langs de weg zien we dat het één grote stroom is geweest, het is nu trouwens allemaal weer droog. Hier en daar zie je nog een plas, maar niet veel.
We gaan naar Dante’s View, een uitkijkpunt op 1650 m in de bergen aan de zuidkant van Death Valley. Vanaf hier hebben we dan toch zicht op Badwater. En uitzicht op de hele vallei, het is een prachtige plek!

We eten weer bij het steakhouse en als we terug lopen naar de kamer is er een prachtige sterrenhemel, geen wolkje aan de lucht.
Death Valley blijft een bijzonder plek voor ons. Nog steeds hebben we het niet totaal kunnen zien. Maar we weten wel wat de natuur kan aanrichten binnen hele korte tijd. Angstaanjagend.

Route 66 – Barstow – Rialto

Vlak voor Barstow (waar we de route 66 weer oppikken) is een ghosttown, Calico. We nemen er een kijkje. Erg toeristisch maar toch wel grappig om te zien.
Als we in Barstow aankomen blijkt er een autoshow te zijn, de 8th Annual Mainstreet USA Run. We kijken er op ons gemak rond en Jos fotografeert er op los. Er staan schitterende auto’s bij.
We gaan verder op de route 66, af en toe wat zoekwerk maar we komen er! Niet veel oude rommel hier maar wel bijvoorbeeld Elmer’s Place. Een typische man verzamelt hier flessen en andere rommel en maakt er een soort bos van, op zijn manier dan.

In Victorville bezoeken we het route 66 museum en de giftshop. Leuk, klein museum met enthousiaste mensen die graag vertellen over hun 66.
Dan door naar het Wigwam Motel in Rialto voor de overnachting. Net zo’n motel als 2 jaar geleden in Holbrook. Dit is iets commerciëler, zo hebben ze tenslotte ook internetverbindingen in de wigwams. Maar het ziet er allemaal even leuk en netjes uit.

Na een ontbijt van lemoncake en koffie bij Starbucks vervolgen we onze weg weer. Route 66 is hier nog vrij makkelijk te volgen. We zien een aantal klassiekers langs de weg, maar vervallen motels of verlaten tankstations zijn er hier niet meer bij. We zitten nu al in “greater Los Angeles”, en daar is ruimte denk ik kostbaar.

Los Angeles

In Los Angeles zelf kunnen we de 66 ook nog volgen totdat we een omleiding tegenkomen. Er is een triatlon in de stad vandaag en er is erg veel afgesloten. Uiteindelijk weten we toch de Santa Monica Boulevard te vinden dankzij Tom Tom. Dit is het laatste stuk van de 66 en daar ligt ook ons hotel aan (Best Western Gateway Inn). Maar eerst rijden we nog door tot aan de kust, die is nog ongeveer 2 mijl van het hotel vandaan. Route 66 zit erop! Echt een duidelijk einde is er niet. Na de Santa Monica Blvd is het gewoon afgelopen. Je kijkt dan uit over de Grote Oceaan, dat lijkt me op zich een duidelijk eind. Er is nog wel een landmark van Will Rogers en natuurlijk de Santa Monica Pier. Maar dat zijn dan ook echt de 2 laatste kenmerken die iets met de Route 66 te maken hebben hier.
Zelf vind ik dat het hele Route 66 gevoel niet meer aanwezig is in LA, daar is de stad te groot en modern voor. Logisch natuurlijk.
Nu moeten we alleen nog een klein stuk vanaf Chicago en dan hebben we hem helemaal gereden. Maar dat komt nog wel een keertje.

Los Angeles

Het is zondag en er zijn veel mensen op het strand. Het is dan ook mooi weer, zo’n 26 graden. Al vinden wij dat na Death Valley (47 graden) wat frisjes.
Na het inchecken in het hotel gaan we naar de Santa Monica Pier. Dit doen we met de gratis shuttle van het hotel, mooie service. Ook daar is een gezellige drukte. We lopen helemaal naar het einde waar veel mensen staan te vissen.
We eten op de pier een echte Corn Dog, dit is een hotdog op een stokje. Het is nog lekker ook!
We slenteren ook nog over het Santa Monica strand. Op het strand naast de pier staan ongeveer 2000 kruisen in het zand. 1 voor elke gesneuvelde soldaat in Irak tot nu toe. Dit is een protestactie tegen de oorlog. Het ziet er wel indrukwekkend uit moet ik zeggen.

Aan de andere kant van de pier is Muscle Beach. Iedereen kan daar sporten, dansen, hoe-la-hoepen, gewoon doen waar je zin in hebt. Echt leuk om te zien. Veel echte “muscles” zien we niet. Het is er wel druk, ook met fietsen, rollerskaten e.d..
Het is ook druk met zwervers, die liggen/zitten overal. Met of zonder supermarktwagentje.
We lopen een stukje terug naar 3th street Promenade. Een winkelpromenade waar op straat ook veel muzikanten en andere artiesten hun kunsten vertonen. Ook weer heel leuk om te zien hoe iedereen vooral doet waar hij/zij zin in heeft, en hopelijk vinden anderen het ook leuk en verdienen ze er nog een paar dollar mee. Zoals ook de Big Silver Guy, die geef ik een dollar en prompt moet ik met hem op de foto! Krijg ook nog een lolly van hem, wat wil een mens nog meer…

De volgende ochtend rijden we eerst nog even naar het begin van de Santa Monica Pier, daar zwaaien we naar familie en vrienden via een live webcam die daar hangt. Echt grappig als je dan de reacties hoort/leest via telefoon en sms.
Daarna zijn we naar de Hollywood Blvd gereden, dat duurt even in de spits. Een aantal wegwerkzaamheden helpt ook niet. Maar we zijn er gekomen. Over de Walk of Fame gelopen (er liggen meer dan 2000 sterren in de stoep van beroemdheden) en de hand en voet afdrukken in cement bekeken voor het Mann’s Chinese Theatre.
We hebben even de echte toerist uitgehangen vandaag en onze handen in het cement laten vastleggen.

Daarna zijn we het Hollywood bord op gaan zoeken, vanuit een zijstraat van de Hollywood Blvd zijn we naar boven gereden en had je een prachtig uitzicht op het bord.
Natuurlijk ook nog even over Rodeodrive gereden en alle mooie winkels (en auto’s) aan ons voorbij laten gaan. Sjieke bedoening daar.

Inmiddels is het al rond het middag uur en moeten we eens richting Palm Springs gaan. Het is druk in de stad en het rondrijden kost hier veel tijd.
We zoeken de Crystal Cathedral op, ligt bijna 50 mijl (80 km) van Hollywood vandaan. Maar valt nog wel onder greater LA.
Elke zondag op RTL 5 is er een verslag van de kerkdienst vanuit deze kerk. Deze dienst is de best bekeken tv-dienst van de wereld en wordt gemiddeld door 50 miljoen mensen in 160 landen gevolgd. Het is een ongelooflijk gebouw. Er staat een soort zilveren toren, zeg maar kerktoren, en daarnaast de kerk zelf. Die is geheel van glas. Er omheen prachtige tuinen en een mausoleum. Wij zijn zelf niet gelovig, maar het gebouw maakt wel indruk.

Palm Springs – Joshua Tree NP

In Palm Springs slapen we in het Best Western Las Brisas hotel, ook weer een aanrader. We blijven er 2 nachten zodat we een hele dag hebben voor het Joshua Tree NP.
Bij het plaatsje Joshua Tree gaan we het park in, het heeft namelijk meerdere ingangen. Deze aparte boom kreeg zijn naam van mormoonse reizigers die er de bijbelfiguur Joshua in zagen. En, nogal logisch, er staan er hier nogal veel. Maar dat is niet het enige merken we. We lopen 2 mooie trails.

De eerste is de Hidden Valley, prachtig gewoon. Het is er zo stil en mooi, daar wordt je zelf ook stil van. Natuurlijk staan hier ook Joshua Tree’s, maar ook yucca’s, cactussen en dode bomen. En de rotsformaties zijn ook geweldig. Zeer de moeite waard om te lopen, ook al is het zeer heet en niet allemaal even vlak.

De tweede is een trail naar een oude dam uit 1949. Deze is destijds aangelegd om het vee van groen gras te voorzien. Maar er viel niet genoeg water en men trok verder met het vee. Er staat echter nog steeds een beetje water en er omheen is er zowaar groene vegetatie te zien. Het is een soort oase in zo’n droog gebied. Ook dit ligt weer een stuk lopen van de weg, maar we hebben zeker geen spijt van de wandeling. In tegendeel.

We rijden ook nog naar Key’s View, een uitkijkpunt op 1500 meter hoogte, met uitzicht over de vallei en de bergen. Het is heiig door de warmte maar toch mooi. Je kan de Salton Sea zien liggen, een groot meer waar we de volgende dag langs zullen rijden.
Verder bekijken we het park min of meer vanuit de auto, maar ook dat is prachtig. We nemen ook nog twee onverharde wegen, eentje is alleen geschikt voor 4×4 auto’s. Dat is te merken, maar de Jeep heeft er geen moeite mee.

We verlaten het park bij het plaatsje Twentynine Palms (ik heb ze niet geteld, maar er staan vast 29 palmbomen) en rijden terug naar het hotel.
We gaan lekker eten bij Ruby’s Diner, kan het Amerikaanser?
Deze keer blijven we binnen zitten omdat het er zo leuk uitziet en het buiten gewoon nog te warm is.
Het leuke van Palm Springs is dat alle restaurants/bars wel een terrasje buiten hebben (zie je normaal niet veel in de USA). Maar omdat het hier zo warm is zorgen ze wel voor verkoeling door middel van vernevelaars op het terras. Zo is het toch prima uit te houden. Gisteren in ieder geval wel bij de Italiaan. Maar vandaag dus heerlijk binnen in de koelte van de airco gezeten.

Anza-Borrega Desert State Park

Via het Anza-Borrega Desert State Park gaan we verder. We komen eerst in het plaatsje Borrega Springs, hier zit ook het visitors center. Deze is heel mooi gelegen, ligt half ingegraven in de grond. Gaat eigenlijk helemaal op in de natuur. Het is dat er bordjes staan, anders zou het niet eens opvallen. De parkeerplaats is erg leeg, we zijn de enige auto. Als we voor de ingang staan snappen we waarom, het is gesloten. Buiten het seizoen is het alleen geopend in het weekend en op feestdagen. Geen ramp natuurlijk, maar we kijken altijd even in het visitors center voordat we een park ingaan. Is altijd veel info te vinden en we kopen altijd een magneet en speldje van het bewuste park. Nu dus niet, dat is duidelijk. Buiten ligt wel een folder met plattegrond erin. Dat is wel handig, anders rijden we ook zo als kippen zonder kop rond hier.

In het dorpje tanken we nog even en doen we nog een poging om wat winkeltjes te bekijken, maar ook hier alles dicht. Lijkt wel een ghosttown. Er staan wel overal auto’s, maar waar die mensen zijn…. geen idee!
We gaan op pad. Het landschap is geweldig, het heet duidelijk niet voor niets Desert Park. Het is wel een heel ander park dan wat we gezien hebben. Dan bedoel ik dat er maar een paar trails te lopen zijn en dat zijn dan gelijk wandelingen van uren. Daar hebben we geen tijd voor (en geen zin in met deze hitte).

Dus genieten we van de uitzichten vanuit de auto. Het is de bergen op en af, mooie kronkel wegen door de droge woestijn. Hier en daar staan blauwe tonnen waar groot “WATER” op staat. Er liggen een aantal flessen water van 5 liter in, voor in geval van nood. Wij hebben zelf 3 van die flessen achterin liggen, dus dat zit wel goed (naast het bier en de malibu).
Via een zandweggetje rijden we een berg op en eten daar lekker onze eerder gekochte broodjes en fruit op. In de verste verte is geen mens te zien (dier trouwens ook niet). We zijn hier echt Remie alleen op de wereld.

We gaan weer terug naar de hoofdweg en vervolgen onze route. Zo af en toe kom je een tegenligger tegen. Ook ligt er soms een klein dorpje (one horse town) of een ranch langs de weg. Die mensen wonen echt in de middle of knowhere.
Helemaal in het zuiden rijden we het park weer uit. We hebben vandaag in totaal 248 mijl gereden (400 km) waarvan denk ik de helft door het park. Het was een stukje omrijden, maar zeer de moeite waard. Dit gaat toch boven de snelweg!

Het laatste stuk naar Yuma moeten we wel via de snelweg en rijden we langs de Mexicaanse grens. Hier en daar is dat goed te zien en staan er verschillende hekken langs de weg. Ook hier staan weer de blauwe water tonnen. Toch aardig dat je nog een slok water kan nemen als je illegaal Amerika bent binnen gekomen, om vervolgens 50 meter verder opgepakt te worden door de Border Patrol. Die zien we regelmatig rijden.

Vlak voor Yuma komen we nog langs de Imperial Sand Dunes. Mooi gezicht, zelfs vanaf de snelweg.
We nemen onze intrek in het BW Coronado hotel en eten in het restaurant er naast. Als we uit het restaurant komen, ongeveer 21.00 uur, is het nog 97 F/36 C graden.

Saguaro National Park Photo

Tucson – Saguaro National Park

Via de snelweg (weinig andere keus) naar Tucson gereden waar we om een uurtje of één waren. Deze keer zitten we in een La Quinta, iets simpeler hotel dan we tot nu toe hebben gehad, maar schoon en netjes. En het ligt maar een half uurtje van het Saguaro National Park vandaan. Dus na het inchecken vertrekken we daarheen. Via een mooie weg (The Old Spanisch Trail) met prachtige huizen in adobe stijl rijden we naar het park.

Direct bij het binnen rijden zien we al borden met “road closed”, dat ziet er niet goed uit. Er is namelijk maar één weg door het park. Het visitors center zit in een tijdelijk gebouw, waar we maar eens gaan informeren. En inderdaad de weg is afgesloten voor renovatie, maar half oktober is het weer open. Nou, dat is geweldig voor die meneer die het zo vriendelijk vertelt allemaal, maar daar hebben wij helemaal niets aan! Maar er zijn nog meer opties weet hij te vertellen, hij is echt zeer vriendelijk en behulpzaam. We kunnen naar een ander deel van het park rijden en daar kunnen we wandelen. Er zijn diverse trails. Dan doen we dat! We kopen nog wel een speldje en een magneet, die hebben ze dan weer wel.

Eenmaal daar aangekomen gaan we aan de wandel, het is ongeveer 95 graden, dus goed te doen. En eerlijk is eerlijk, misschien genieten we er te voet ook wel meer van. We zijn weer de enige mensen die er lopen, deze keer zijn er wel dieren. We zien twee Jack Rabbits (konijn met hele grote oren) hagedisjes en veel vogeltjes. Maar het gaat hier natuurlijk om de cactussen. Die zijn echt onwijs gaaf. Groot vooral ook, ze kunnen tot zo’n 17 m hoog worden en wel 200 jaar oud. Prachtige exemplaren staan er tussen, soms begrijp je niet dat ze rechtop blijven staan. Maar ze zijn zeer stevig, net als een boomstam eigenlijk. Vogels maken vaak gaten in de cactus om een nestje in te bouwen.

Tussen de grote jongens staan ook diverse andere kleinere cactussen. Ook die zijn mooi en een paar staan er zelfs nog in bloei.
We lopen ruim een uur door de wildernis. Je moet wel opletten waar je loopt, want er zitten natuurlijk wel stekels aan die planten. Als je even niet oplet, zoals Jos, heb je zo een heel rijtje stekels in je scheenbeen zitten.

Pima Air

Pima Air & Space Museum

In de ochtend eerst naar het Pima Air & Space Museum. Er staan héél veel vliegtuigen op een groot open terrein en ook een aantal in hangars. Met een open busje hebben we een rondrit over het terrein gemaakt. De chauffeur geeft onderweg uitleg. Hij is zelf piloot geweest en kan het leuk vertellen. Hij is ver boven de gepensioneerde leeftijd denken we. De andere vrijwilligers zijn dat ook allemaal. Ze zijn zeer vriendelijk en vertellen graag alles wat ze weten over hun vliegtuigen.
Het vliegtuig van Kennedy staat er ook, en daar mogen we ook in. Al zit van binnen alles achter plastic, het is toch leuk om te zien.

Na bijna 3 uur gaan we weer verder, anders komen we nooit op tijd in Tombstone.
De volgende stop is bij de Mission San Xavier del Bac. Het is een kerk uit 1700 die nog steeds in gebruik is. De bijnaam van deze witte kerk is “the white dove of the desert”. Dat zal wel, maar nu is die witte duif toch niet zo wit als ze zou moeten zijn. Ze staat namelijk gedeeltelijk in de steigers. Maar wat we er van kunnen zien is inderdaad erg mooi.

Via Tubac rijden we naar het Tumacacori National Historical Park. Weer een kerk! Deze keer uit 1800. De kerk is echter nooit helemaal afgebouwd, onduidelijk waarom niet. Het is nu dus een ruïne en dat laten ze ook zo. We krijgen een folder mee met uitleg zodat we zelf het terrein kunnen verkennen. Er loopt verder weer geen mens. Het is mooi en interessant om een beetje Spaanse historie van deze omgeving te zien.

We zitten inmiddels op zo’n 1500 meter hoogte. De weg naar Tombstone is schitterend met heel veel groen. Dat hebben we de laatste dagen niet gezien eigenlijk.

Tombstone

In de late middag komen we aan bij ons hotel; de Best Western Lookout Lodge. Als we uit de auto stappen worden we gelijk welkom geheten. “How are you doing, how was your drive up here?”. Zeer vriendelijk dus. Het heet niet voor niets de Lookout hier! Prachtig uitzicht dus.
Leuke, gezellige kamer ook. Mooie tuin om het complex, met twee grote vuurkorfen die aangaan als het donker is. Er is ook een restaurant en de kaart ziet er goed uit. Het centrum van Tombstone ligt ongeveer een mijl verder en we besluiten hier te eten en morgen Tombstone te bekijken. We nemen lekker een neut op het bankje voor onze kamer.

Oké, het restaurant was niet helemaal wat we verwacht hadden. Kan gebeuren. Het ziet er van binnen netjes uit, maar er hangt geen sfeer. De beetje klassieke muziek helpt ook niet, hoort niet echt in deze omgeving thuis. Het is net nieuw allemaal en dat kan je ook aan het personeel merken. We nemen (eindelijk) weer eens een steak, maar daar slaan we ook niet van achterover. Nou ja, foutje moet kunnen.

Tombstone

Tombstone is een echt cowboy stadje. Het verhaal van Wyatt Earp speelde zich hier af. Maar eerst gaan we naar The Boothill Graveyard. De begraafplaats van Tombstone die tot ongeveer 1884 is gebruikt. Er liggen veel schurken, doodgeschoten, opgehangen of dood gevonden in een verlaten mijn. Gezellige boel daar.

De hoofdstraat van Tombstone moet zoveel mogelijk nog lijken op hoe het hier was rond 1881. Al zaten er toen vast niet zoveel souvenirwinkeltjes. Maar het is leuk gedaan. Er mogen geen auto’s in de straat en er rijdt een paard met wagen. Het personeel loopt allemaal in kledij van die jaren. We bekijken nog het huis van Wyatt Earp en gaan dan verder.

Naar Bisbee. Daar zijn we net op tijd om een tour te maken door een oude kopermijn. De Queen Mine is in gebruik geweest van 1877 tot ongeveer 1975. In 1976 is hij opengegaan voor publiek.
Voordat we naar binnen gaan worden we eerst aangekleed. We krijgen een geinig geel jasje aan en een al even leuk helmpje op ons hoofd. Daarna nog een riem met een zware batterij met lamp eraan. Dan zijn we er klaar voor.

We gaan met een treintje de mijn in. Onze gids is iemand die in de jaren 40 in de mijn heeft gewerkt, dus hij weet waar hij het over heeft. We zakken tot ongeveer 548 meter diepte. Het is frisjes in de mijn, ongeveer 10 C.
Op twee plaatsen kunnen we het treintje verlaten en lopen we een stuk door de mijngangen en krijgen uitleg van onze gids. Na ruim een uur rijden we weer de buitenlucht in. Echt een leuke ervaring.

Daarna is er weer complete rust langs de weg, veel groen en koeien. Uit de Rand McNally nemen wij zoveel mogelijk de kleinere wegen en vooral de stippeltjes wegen, ipv de snelweg. We nemen nu dan ook de route 9 naar El Paso. De weg loopt vlak langs de Mexicaanse grens door New Mexico. Regelmatig zien we de Border Patrol weer rijden. Ook staan ze op heuvels langs de weg, samen met militairen, met hun neus richting Mexico.

Op een gegeven moment ziet Jos een groot hert langs de weg in het struikgewas staan. We keren en ik film de herten, het zijn er zelfs twee! We keren weer en gaan verder. Maar dat vindt de Border Patrol die langs kwam toch wel verdacht. Hij geeft het (blijkbaar) door aan een collega die ons tegemoet rijdt. Eenmaal achter ons zien we hem keren en binnen no time zit hij vlak achter ons met sirene’s aan! Wij braaf gestopt in de berm. Het duurt even maar dan komt er iemand naar ons toe.
De officier staat aan mijn raampje, met zijn hand op zijn holster, en vraag of we uit de omgeving komen. Nou, nee dat komen we niet. We vertellen wie we zijn. Hij vraagt of er nog meer mensen in de auto zitten, Jos doet de raampjes achter open zodat hij kan zien dat we alleen zijn (zijn achter zeer donkere ramen, kan je niet doorheen kijken).
Hij vraagt nog of Nederland dat land is waar Amsterdam ligt, ja daar komen wij vandaan inderdaad. Wil ook nog even weten waarom we een stukje terug gekeerd zijn op de weg, zoals hij van zijn collega heeft vernomen. Neemt nog een kijkje in onze paspoorten, maar zegt eigenlijk ook gelijk dat hij ons niet langer wil ophouden. Zeer vriendelijke en beleefde meneer is het. Hij vertelt er voor de volledigheid ook nog even bij dat er streng gecontroleerd wordt omdat er “activiteit” in de omgeving is. Daarna wenst hij ons nog een hele fijne dag toe en we kunnen gaan.
Poeh, toch even een belevenis om staande gehouden te worden.

We tuffen rustig door naar El Paso in Texas. Ook hier weer blij met Tom Tom. We gebruiken hem eigenlijk alleen maar in de steden en dan vooral om het hotel te vinden. De rest van de route zoeken we zelf via de road atlas. In El paso is het een uur later dan in Arizona en we zijn om ongeveer 18.00 uur in het hotel.
Aan de overkant van ons hotel, La Quinta Inn El Paso West, zit een restaurant Texas Roadhouse. Wij zijn er nooit eerder geweest, maar het is geweldig! Het is heel groot, maar door de verschillende “afdelingen” valt dat niet op. Het is er erg druk, maar het is dan ook zaterdag. Harde country muziek en vriendelijke bediening. We hebben er heerlijk en gezellig gegeten.

Fort Davis, Texas

We passeren weer een tijdzone en het is opeens een uur vroeger. Voordat we Fort Davis inrijden nemen we nog een kijkje bij de sterrenwacht.
Om 15.45 uur komen we aan bij het hotel in Fort Davis. Fort Davis is maar een gehucht, er schijnen nog 900 mensen te wonen, maar je vraagt je af waar. Ons hotel, The Old Texas Inn, hebben we dan ook zo gevonden. Het is heel klein, heeft maar 6 kamers en geen bijzondere voorzieningen. Tijdens het bespreken een aantal maanden geleden zei de dame dat we de sleutel van de kamer af konden halen in de drugstore beneden het hotel. Laat die nou gesloten zijn als wij voor de deur staan.

Tja, en nu? Daar sta je dan. We zien achter in de winkel wel licht branden, maar kloppen op diverse deuren heeft geen effect.
Aan de overkant is een hotel/winkel/restaurantje daar vragen we of hun enig idee hebben. Er moet wel iemand zijn, dat hebben ze gezien vandaag. Blijven kloppen is hun advies.
Maar als dat na een kwartier nog geen effect heeft gaan we naar een andere hotel dat er direct naast zit. Dan nemen we daar maar een kamer. Ongelooflijk trouwens dat zo’n gehucht nog zoveel hotels heeft.

We doen ons verhaal tegen de vriendelijke dame achter de receptie en zegt direct; hij moet boven zijn, ik ga hem bellen! “Hij” is dus de eigenaar van the Old Texas Inn. En ja hoor, hij neemt de telefoon op.
5 tellen later staat hij buiten met de sleutel van onze kamer. 1000x excuses, hij is aan het verbouwen, had ons niet gehoord. We krijgen 2 sleutels, 1 om via de zijdeur het gebouwtje binnen te komen en 1 voor de kamer. We hebben nummer 3, ofwel “south of the border”. Alle 6 de kamers hebben een bijnaam.

Boven lopen we eerst door een algemene huiskamer met tv, dan een vrolijke gang met allerlei prullaria en aan het eind van de gang onze kamer. Er staan 2 bedden, een kast uit het jaar prik en een kleine badkamer. Dat is alles. Maar het is schoon en gezellig. Ook is er een gezamenlijk balkonnetje, daar nemen we lekker een neut. Voor zover we kunnen zien is er nog maar 1 andere kamer bezet, verder zijn we hier alleen. Het is echt lachen!

Eten doen we aan de overkant in dat hotel/restaurant. Het heet hotel Limpia en ziet er ook heel leuk uit. Iets meer van deze tijd, niet veel, maar iets.
Jos bestelt een biertje, maar.. dan moeten we wel eerst lid worden van de club. Het is hier namelijk een Dry County, daar mag je niet zomaar drinken. Maar als je lid bent dus wel. Dus worden we lid voor wel 3 dollar! De bier en wijn smaken ons prima. Het eten is ook uitstekend. Er zijn zelfs meerdere tafeltjes bezet, waar komen die mensen vandaan?

We maken nog een avondwandeling en gaan dan slapen in ons simpele maar o zo leuke hotelkamertje.

We verlaten het leuke hotelletje, uiteraard is hier geen ontbijt en koffiezetter. Je moet hier niet te veel verwachten. De sleutel kunnen we in de kamer achter laten en hij heeft ons creditcardnummer (telefonisch al doorgegeven) zegt hij, dus het zit wel goed. We hebben nergens een handtekening gezet. Zo gaat dat hier.

Marfa, Texas

We halen wat te eten bij de enige winkel en verlaten Fort Davis. We gaan op weg naar Marfa. Langs de weg zien we veel herten. In Marfa bezoeken we het Paisano hotel. Hier hebben James Dean, Rock Hudson en Elizabeth Taylor geslapen tijdens de opname’s van de film Giant in de jaren ‘50. Ze hebben er een winkeltje ingericht met herinneringen aan James Dean. Hij is overleden in 1955 voordat de film uit kwam in de bioscoop.

Ook hangen er foto’s in het hotel van de film en de acteurs. Het hotel heeft nog een mooie uitstraling van de jaren ‘50. Het is nog steeds in bedrijf.
Voor een lange tijd heeft ook een gedeelte van de (neppe) ranch “Reatta” uit de film Giant hier in de buurt gestaan. Dat is nu echter niet meer zo. Dus meer James Dean dan dit gaat het niet worden. Maar ik vond het erg leuk om gezien te hebben.

We zakken verder af naar het zuiden van Texas en nemen daar de weg langs de Rio Grande richting Big Bend NP. Wat een schitterende weg! Adembenemend gewoon. Door de bergen, langs de rivier, heuvel op, heuvel af, prachtig gewoon. De Rio Grande stroomt zeer hard en staat naar ons idee erg hoog.
Langs de weg liggen op een gegeven moment de restanten van de filmset van de film Contrabando.

Rio Grande

Lajitas – Terlingua, Texas

Uiteindelijk komen we in de plaatsjes Lajitas, Terlingua en Studdy Butte. Allemaal hele kleine dorpjes die eigenlijk niets voorstellen en daardoor leuk zijn. Terlingua is zelfs officieel een ghosttown, wonen geloof ik nog 20 mensen.

We gaan naar ons hotel in de middle of knowhere. We moeten ongeveer 15 mijl voorbij Studdy Butte afslaan, dan die weg nog 13 mijl volgen en dan nog 3 mijl een onverharde weg afrijden. Dan zijn we in Terlingua Ranch Lodge.
We worden vriendelijk ontvangen en krijgen de sleutel van kamer 28, een stukje de berg op en dan zijn we er. Het is prachtig! Het zijn kleine huisjes waar dan 4 kamers in zitten. Ook dit is weer zeer spartaans. Geen tv, geen telefoon, geen internet, het valt mee dat we licht hebben en stromend water.

Er is een zwembad en een restaurant op het terrein. Laat dat restaurant nu vandaag gesloten zijn. Dat hebben wij weer. We waren er lekker vroeg zodat we lekker bij het zwembad konden gaan liggen en een beetje bijkomen van alle belevenissen tot nu toe. Dat gaat dus even niet door. We gaan terug naar Studdy Butte en kopen wat broodjes en beleg en rijden weer naar het hotel. Kost wel even 2 uur.

Maar dan is er rust. We zijn de enige gasten hier in de lodge, verderop staat nog een camper op het kampeergedeelte. Maar dat is alles.
We zitten op de veranda en genieten van het uitzicht en een lekker drankje. Wat een ongelooflijke stilte hier.

We nemen wat te eten en kijken naar de sterren. Als het eenmaal helemaal donker is zien we er wel miljoenen aan de hemel staan. Zo’n mooi gezicht, zoveel sterren heb ik echt nog nooit gezien.

We worden gewekt door de krekels.
Bij de receptie is nu niemand en de sleutel kunnen we in de brievenbus gooien. Ook hier weer niets getekend voor de creditcard. Het nummer hebben ze uiteraard wel. Ze zijn makkelijk hier, maar niet dom natuurlijk. Ze schrijven heus wel af.

Big Bend National Park

Na 50 mijl rijden we het Big Bend National Park binnen. Als de omgeving al zo mooi is, dan moet dat park helemaal geweldig zijn. Dat is het ook.
Het park is ontzettend groot (maar we zijn dan ook in Texas) en er lopen maar een paar wegen doorheen, het meeste is dus ongerepte natuur.

We rijden eerst naar de Santa Elena Canyon, daar moet je een mooie trail kunnen lopen gedeeltelijk door het water. Echter als we eraan komen is de trail gesloten. Het water staat te hoog. Helaas, maar er zijn genoeg andere mooie punten om te lopen in het park. Ook vanaf de weg is het al schitterend.

Zo lopen we o.a. een korte trail bij de Burro Mesa lookout. Op de terugweg loopt Jos voorop op het smalle pad. Opeens stopt hij en roept: sta stil, ratelslang! Geloof me, ik sta stil, héél stil. Onder een plant ligt inderdaad een ratelslang, en hij ratelt! Jos is hem al voorbij en als hij stil is loop ik ook met een boog om hem heen.
Dan zetten we hem natuurlijk nog wel even op film en foto. Ik heb nog nooit een ratelslang in het wild gezien, heftig wel.

Wat heel erg opvalt hier in de natuur zijn de vlinders, het zijn er honderden. Groot en klein, alle kleuren die je kan bedenken. Echt heel veel.
Gisteren hebben we twee Javelina’s gezien. Een soort wild zwijntje zeg maar. Ze verdwenen echter snel in het struikgewas toen ze ons in de gaten hadden. Vandaag zien we er ook eentje, maar helaas dood aan de kant van de weg. De gieren zijn er blij mee en genieten van hun maaltje. Ook dat hoort bij de natuur.

We rijden ook nog helemaal naar de andere kant van het park en daarna gaan we inchecken in de lodge. Vandaag slapen we in het park, in de Chisos Mountain Lodge. De Lodge ligt in het midden van het park, omgeven door de Chisos Mountains. Ik val in herhaling, maar ook hier is het weer geweldig.
Het is hier iets drukker, maar we zitten dan ook in een national park. Maar vol is het zeker niet. De kamer is ook weer eenvoudig, maar we hebben wel een koelkastje. Er is hier ook een restaurant en dat is nog open ook.

Na het eten lopen we naar het uitzichtpunt de Window View. Zeg maar een “gat” tussen twee bergen en daarachter zie je een heel ander landschap. Nu is het wachten tot de zon ondergaat. We zijn niet de enige die dat komen bekijken. Samen met een aantal Texanen wachten tot de horizon rood kleurt. Het zijn gezellige lui en zo horen we dat het hier zo groen is door de regenval van de afgelopen tijd. 2 weken terug is er 15 cm gevallen, dat is erg veel voor deze streek. Normaal is het hier net zo dor als in de woestijn achter de bergen.

Als de zon zijn best heeft gedaan gaan ze er allemaal weer vandoor. Wij gaan als laatste en zien nog een Vinagaroon over het pad lopen. Soort schorpioen, maar dan ongevaarlijk. Hij kan alleen een zeer indringende lucht verspreiden als hij zich bedreigt voelt. We ruiken niets.

We gaan de Chisos Mountain Lodge verlaten. Als we weg gaan staat er een hert op het parkeerterrein lekker te knabbelen aan het verse groen.
Bij het wegrijden zie ik wat bewegen in het struikgewas. Hup, auto uit en kijken wat het is. Het blijken een stuk of 6 Javelina’s te zijn. Die lopen ook lekker groen gras te eten. Er lopen ook een paar kleintjes bij, echt leuk om te zien.

Guadalupe Mountains National Park

Carlsbad Caverns National Park

Daarna maken we weer wat kilometers en rijden naar White’s City in New Mexico. Weer een gehucht, veel kleiner als we trouwens gedacht hadden, waar we overnachten.
Maar eerst rijden we nog een klein stukje door naar het Carlsbad Caverns National Park. De ingang ligt hier om de hoek zeg maar. Het gehucht is hier eigenlijk alleen maar omdat het park hier ligt.
Zo als de naam al doet vermoeden zijn hier grotten. Maar laten wij daar nou niet heen gaan. We hebben al aardig wat grotten gezien in het verleden (klinkt lekker verwend) en deze geloven we wel. Maar in het park is ook een mooie onverharde route te rijden van 10 mijl, en die doen we wel!

Daarna gaan we naar de Best Western Cavern Inn om in te checken. Voor het eerst deze reis worden we niet vriendelijk geholpen. Ze heeft er duidelijk geen zin in. Dat is niet gebruikelijk voor Amerika en we vinden het dan ook heel irritant. We gaan naar onze kamer aan de overkant van de weg. Heel anders trouwens dan ik op internet verwacht had, maar goed het ziet er wel leuk uit. We hebben een invalide kamer gekregen, al heb ik geen idee waarom, maar die is dus wel lekker groot. Op onze veranda nemen we een neut in de zon, dat is altijd goed.

We eten in het enige restaurant wat hier is. Het ziet er gezellig uit en het eten is prima. We zijn vroeg gaan eten en even voor zeven uur zijn we klaar dus rijden we nog even naar het park.
Wat we daar zien is onwijs gaaf!
Duizenden en duizenden vleermuizen! We hadden al begrepen dat de vleermuizen tussen 7 en half 8 de grotten verlaten om te gaan eten. En inderdaad dat doen ze dus.
Ze vliegen in grote zwermen uit de grotten en vliegen naar het dal. Hele zwermen vliegen er over onze hoofden. Zo gaaf! Er mag niet gefotografeerd en gefilmd worden, dus er zijn geen beelden van. Maar geloof me op mijn woord; het was een fantastisch gezicht.
Grappig ook, iedereen die in het dorpje slaapt vannacht was waarschijnlijk bij de vleermuizen, dus rijden we in colonne terug naar het hotel.

Vanmorgen vertrokken uit White’s City. Via eerst nogal een saaie weg, veel grasland en alles vlak, komen we in een mooi berg gebied. We blijken al die tijd nogal hoog te hebben gezeten. Het is steeds zo rond de 4000 feet. Eerst klimmen we nog een stuk tot zo’n 5600 feet en komen in een skigebied terecht (is nu uiteraard geen vlok te zien) en het is hier nog maar 65 F. Dan gaan we zakken, zakken, zakken, echt een hele lange weg naar beneden. Zware vrachtwagens mogen hier niet rijden.

White Sands – Las Cruces

Uiteindelijk komen we bij White Sands aan. Twee jaar geleden zijn we hier ook geweest, maar het is zo apart en mooi dat we nog even het nationale park ingaan.
Maar wat staat er bij binnenkomst: niet de hele weg door het park is te rijden vanwege overstromingen. Sure, what else is new?? Die overstromingen blijven ons wel achtervolgen zeg.
We kunnen maar tot een bepaald deel doorrijden, daarna lopen we nog wel een stuk door de witte duinen. We zien regelmatig nog water staan, dat is toch heel vreemd in zo’n droog gebied. Er lijken ook veel meer planten te zijn dan 2 jaar terug, maar dat kan verbeelding zijn.

Nog zo’n 60 mijl en dan komen we aan in Las Cruces. Erg leuk hotel weer, Best Western Mission Inn. Ziet er gezellig uit, doet Mexicaans aan. Twee jaar terug hadden we geen leuk hotel en zaten we aan de verdere kant van de stad. Nu doen we het dus beter.

We gaan naar de Old Mesilla, een kleine dorpskern iets verderop. Daarna eten we heerlijk in het restaurant van het hotel. Het is er niet druk, maar het eten is echt heerlijk. De Frozen Margarita is ook niet verkeerd.

Het is bewolkt als we opstaan. maar het ontbijt smaakt er niet minder om.
We rijden weg van het hotel en zoals elke dag eerst langs een benzinestation om te tanken. Dat is vaste prik, soms moet er twee keer worden getankt op een dag, je wilt hier niet zonder komen te staan.

De eerste 2 uur nemen we de interstate (I10). Vanaf Lordsburg verlaten we de snelweg en gaan verder binnendoor.
We passeren de staatsgrens en zijn weer in Arizona. Wat betekent dat het ook weer een uur vroeger is, dat uurtje kunnen we wel gebruiken denk ik vandaag.

Coronada trail scenic road, Arizona

Vanaf Clifton nemen rijden we de “Coronada trail scenic road”. Bij Clifton is er een onwijs grote kopermijn. Nou ja, mijn, ze gaan niet onder de grond hier. Maar graven gewoon hele bergen af. Het is een gigantisch complex.
Dan beginnen we de scenic route. Mensen, wat is het hier geweldig prachtig! Ik heb deze route uit het Loney Planet boek en hij staat er terecht in.
Wie van bergen houdt, niet bang is om langs afgronden te rijden en gek is op haarspeldbochten moet hier gewoon heen! Niet allemaal tegelijk, want het is lekker stil hier en dat moet wel zo blijven natuurlijk.

We rijden door het Apache National Forest, wat ontzettend groen is en hier en daar laat de herfst zich al zien.
Van Clifton naar Alpine is ongeveer 120 mijl (193 km) maar je doet er met gemak 4 uur over. Soms sta je bijna stil in de bochten, zo scherp zijn ze. En natuurlijk af en toe even de auto uit om van de omgeving te genieten.

Dan de Tal-wi-wi Lodge, wat een gave plek zeg. Het ligt midden in de bossen.
De kamers zijn eenvoudig, geen tv, geen telefoon, etc. Gelukkig wel verwarming. Want het is hier koud!
Vanmorgen vertrokken we met zo’n 86 F en nu is het nog maar 56 F, dat is 13 graden in Celsius! Snel lange broeken en vesten aan dus. We zitten dan ook op 8050 feet/2454 meter hoogte. Daarnaast is het ook nog steeds bewolkt, de zon komt er maar af en toe tussendoor vandaag
We nemen een drankje in de Longhorn Saloon, waar buiten ook een groot vuur brand. Het is hier gezellig druk, veel mensen gaan hier blijkbaar ook voor een weekendje heen.
Ook is er een eenvoudig, maar prima restaurant. Na het eten nog even een afzakkertje in de saloon!

Met de kachel aan was het heerlijk warm in de kamer vannacht. Als we opstaan schijnt het zonnetje, dat scheelt alweer een paar graden. Na het ontbijt nemen we afscheid van de Tal-Wi-Wi lodge, echt een aanrader!

De weg naar Globe is in het begin niet zo heel spannend. Gek eigenlijk, dat die geweldige natuur van gisteren hier opeens weer heel anders is. Ook wel mooi, maar niet spectaculair. Al snel is de zon weer verdwenen achter de wolken.

Op een gegeven moment voert de weg ons lang de Salt River Canyon. Kijk, dat is nou wel weer heel erg mooi. Het lijkt de Grand Canyon af en toe wel, maar dan anders. En het ligt gewoon langs de weg met verschillende uitkijkpunten. We stoppen er bij vele.

We zijn vrij vroeg in Globe en besluiten nog even cultureel te gaan doen. We gaan naar het Besh Ba Gowah Park. Daar zijn ruïnes van huizen van ongeveer 700 jaar geleden te zien. Wij vinden het niet zo veel voorstellen, maar de cactussen die in het park staan zijn er erg mooi. Ook leuk.
Maar goed, de toegang is dan ook maar 3 dollar p.p. en als ik afreken moet ik in totaal $ 4,50 betalen van de vreemde mevrouw in het visitorscenter. Het is een typische plek hier.

Tonto National Monument Cliff Dwellings, Arizona

We vertrekken al vroeg uit Globe en rijden langs het Roosevelt Lake. Heel, heel, heel groot stuwmeer. Voordat we de dam ook maar zien liggen gaan we naar het Tonto National Monument Cliff Dwellings.
Hoog in de bergen zijn restanten van woningen uit 1400. Waarom de woningen in 1400 zijn verlaten is nooit duidelijk geworden.

Vanaf het visitorscenter loopt er een pad naar boven, naar een van de woningen. Het is een steile klim, maar het zeer de moeite waard. Niet alleen de ruïne, maar ook het uitzicht over het meer is prachtig. Op de berg staan heel veel cactussen.
Maar, als we bijna boven zijn en Jos een foto aan het maken is, ga ik even in de schaduw staan van de enige boom die er staat. Ik kijk wat rond en dan zie ik hem onder de boom liggen. Weer een ratelslang! Opgerold als een rolmops, maar heel duidelijk zichtbaar. Hij is een stuk donkerder als de vorige die we gezien hebben. Hij ratelt niet (gelukkig maar), sterker nog hij lijkt te slapen. We nemen foto en film en klimmen verder naar boven.

Op de terugweg is hij verdwenen, misschien heeft hij ons toch opgemerkt. Terug in het visitorscenter horen we van de dame dat de slang waarschijnlijk lag wakker te worden of lag op te warmen. Omdat het nog vroeg is en hij in de schaduw lag. Ze vindt het zeer bijzonder dat we een ratelslang gezien hebben. Nou, wij ook!

Apache Trail

Apache trail, Arizona

We rijden verder naar de Roosevelt Dam. Een dam uit 1911.
Daarna volgt de Apache trail. Een weg van 75 mijl die stijl, smal, bochtig en onverhard is. Kortom; wij vinden hem geweldig!
De uitzichten zijn schitterend, vaak over de rivier en later midden in de bergen.
Er rijden nog aardig veel auto’s op deze weg. Ook veel zonder 4×4, dan zou ik het niet echt naar mijn zin hebben hier geloof ik. Ben blij dat ik in een Jeep zit.

We komen langs Tortilla Flat, dat bestaat uit twee winkels en verder niks, maar toch leuk. Even een goede plek om de benen te strekken na al dat gehobbel op de Apache Trail.
Ook nemen we een kijkje in het verderop gelegen Goldfield Ghosttown. Heel geinig dorpje, heeft echt bestaan en is nu opgezet voor toeristen, maar op een leuke manier. Het is er ook lekker rustig, dat scheelt natuurlijk ook.

Inmiddels is de weg weer van asfalt voorzien en naderen we Phoenix / Scottsdale. Om 4 uur zijn we terug in het hotel waar we 4 weken geleden begonnen, waar we nagenieten bij het zwembad in de zon van deze mooie dag. Het was een perfecte afsluiting van onze reis.
Het is hier weer 102 graden (38 C).

En dan opeens is hij toch echt aangebroken: de laatste dag in de USA voor ons.
Vanmorgen op ons gemak ontbeten bij het hotel in het zonnetje. Maar opeens loopt er een mevrouw in het restaurant waar we een menukaart van krijgen. Er staan ook geen bagels, muffins e.d. Blijkt dat het ontbijt niet meer inclusief is! Het kan verkeren in 4 weken. Daarin tegen kunnen we smakelijke gerechten kiezen van de kaart. We eten heerlijke verse wafels met vers fruit. Voor zo’n goed ontbijtje in de zon in een mooie tuin willen wij best betalen!

Daarna wat gewinkeld in de Old Town en het 5th Avenue District van Scottsdale.
De volgende dag rijden we in alle vroegte naar het vliegveld, Sky Harbor, in Phoenix. We nemen afscheid van onze Jeep en checken in. Via een overstap in Chicago vliegen we terug naar Nederland.

We hebben deze reis 4468 mijl gereden, dat is 7148 kilometer. En we hebben van elke kilometer genoten!

Stuur een bericht

Stuur een bericht met je vraag en/of opmerkingen.

Not readable? Change text. captcha txt
visitor analysis